Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Fort bij Rijnauwen, aardwerk in Bunnik

Militair Object

Vossegatsedijk 3
3981HS Bunnik
Utrecht

Bouwjaar: 1869-1872


Beschrijving van Fort bij Rijnauwen, aardwerk

Cluster 40. Inleiding FORTAANLEG MET AARDWERKEN EN HOOFDWAL, WAARIN (RESTEN VAN) GESCHUTSOPSTELPLAATSEN, REMISES EN FLANKBATTERIJEN, MET TERREPLEIN, GLACIS WAARIN SCHUILPLAATSEN EN RESTEN VAN LOOPGRAVEN EN BINNEN- EN BUITENGRACHT, MET (OMLEIDINGS- EN ONDERHOUDS-)WEGEN EN MET OORSPRONKELIJK DOOR GRENSPALEN AANGEDUIDE ZONE als basale onderdelen van een gesloten verdedigingswerk. Het Fort bij Rijnauwen is een van de tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie behorende polygonale forten die voorzien zijn van typerende aarden en aangeaarde onderdelen. Forten en vergelijkbare werken werden gewoonlijk geconstrueerd op basis van vooraf aangebrachte aardlichamen, die als een fundering fungeerden en wegzakken in (een natte en slappe) bodem moesten voorkomen. Bij de bouw van de werken is, behalve dit gewoonlijk tactisch 'voorgevormde' aardlichaam - dat op zichzelf reeds een weerbare rol vervulde of kon vervullen - ook nog een specifieke aanleg gerealiseerd die bedoeld was om de defensieve kracht te vergroten, de veiligheid van de bezetting te waarborgen en intern en extern transport en verkeer te vergemakkelijken. Zo ontstonden er onder meer aarden dekkingen voor verschillende bouwwerken, om ze minder kwetsbaar te maken voor inslagen van vijandelijk vuur, aarden wallen die de bebouwing en open terreinen dekten en de contouren bepaalden, gedekte toegangen, bestrate paden en appelplaatsen. De aardwerken zijn in sterk van elkaar verschillende grondplans aangelegd, vaak met een of meer bastions, die eveneens in vorm konden verschillen. Rond het aardlichaam kwam - indien mogelijk - een natte gracht te liggen, terwijl de werken gewoonlijk waren omgeven door een militaire begrenzing, die was aangeduid met grenspalen. Over de gracht lag gewoonlijk een (deels opneembare) brug - verschillende typen komen voor - maar soms bestond een vaste oeververbinding, bijvoorbeeld in de vorm van een dam. Bruggen of dammen konden deel uitmaken van het wegenstelsel. Langs de buitenzijde van de grachten lag vaak een weg of pad. Deze konden zowel in de vorm van een gedekte weg zijn aangelegd, als ook wel gelijk met of zelfs boven maaiveldniveau liggen. Deze wegen of paden konden verschillende functies hebben, uiteenlopend van openbare weg tot onderhoudspad, en ook van militaire gedekte weg tot exclusieve toegangsweg naar het fort. Buiten de natte gracht bevindt zich bovendien vaak een (van oudsher en soms nog ten dele) met grenspalen als zodanig aangemerkte zone waarover het Ministerie van Oorlog zeggenschap had: de Militaire Landgrond. Het Fort bij Rijnauwen wijkt niet principieel af van dit algemene beeld; zeldzaam zijn echter de deels dubbel uitgevoerde gracht en het vijfhoekige reduit als laatste verdedigingspunt, alsmede het stelsel van flankbatterijen voor de nabijverdediging. Het grondplan van Fort bij Rijnauwen is een onregelmatige vierhoek. Het voorfront en de zijfronten zijn enigszins naar buiten gebroken in verband met de schootsvelden van de flankbatterijen. Het hoofdwerk is omgeven door diep gelegen binnen- en buitengrachten. De hoge buitenwal fungeerde als glacis, waarin op verschillende plaatsen kleine betonnen werken, zoals (groeps)schuilplaatsen, zijn aangebracht. Het terreplein is met jonge bomen beplant en met paden doorsneden. Het fort is in de Tweede Wereldoorlog gebruikt door de Duitse bezetter. Vanwege executies zijn in 1946 op het terreplein een bakstenen gedenkmuur en een begraafplaats voor gefusilleerde Nederlanders ingericht. Zeven gedenkstenen met in totaal tientallen namen en teksten dateren uit 1981 en een bijhorende klokkenstoel uit 1985. Omschrijving FORTAANLEG MET AARDWERKEN EN HOOFDWAL, WAARIN (RESTEN VAN) GESCHUTSOPSTELPLAATSEN, REMISES EN FLANKBATTERIJEN, MET TERREPLEIN, GLACIS WAARIN SCHUILPLAATSEN EN RESTEN VAN LOOPGRAVEN EN BINNEN- EN BUITENGRACHT, MET (OMLEIDINGS- EN ONDERHOUDS-)WEGEN EN MET OORSPRONKELIJK DOOR GRENSPALEN AANGEDUIDE ZONE Het Fort bij Rijnauwen is als vooruitgeschoven fort gesticht als onderdeel van de zogenoemde tweede fortenkring rondom Utrecht, die werd gebouwd in de periode 1867-1871. Het fort bestaat uit een binnenterrein - het terreplein - omgeven door een hoge wal - de hoofdwal - met daaromheen een gracht. Deze gracht sluit aan de westzijde aan op een half cirkelvormig restant van de gracht rond het reduit. Ongeveer driekwart rond het fort een glacis, waarin aan de oostzijde resten van loopgraven uit de jaren 1914-1918 en van een groepsnest. Het glacis is grotendeels door een buitengracht omgeven. Aan de oostzijde van het fort bevindt zich voor de hoofdwal - frontwal genoemd - een caponnière of vooruitgeschoven verdedigingswerk. Naar de caponnière loopt een poterne, of overdekte gang. De beide zijden (facen) van de caponnière, die in de punt een hoek van 60 0 vormen, worden vanuit de frontwal geflankeerd door twee Reiche-flankbatterijen (genoemd naar de Duitse vestingbouwkundige Reiche). Verder is op elk der hoekpunten van de hoofdwal een flankbatterij uitgebouwd, alles aardgedekt. Achter de poterne is de aardgedekte, bomvrije kazerne gesitueerd, opgetrokken van rode baksteen met versierende onderdelen in gele steen en geblokte bakstenen lisenen. In de westelijke hoofdwal twee als wachthuizen met poternes uitgevoerde toegangen met gevels, in baksteen uitgevoerd, met versieringen in gele steen en gekoppelde lisenen met bossagewerk. Tussen deze twee toegangen het pentagonale reduit met vijf rondeelvormige uitbouwen op de hoeken, het geheel oorspronkelijk omgeven door een smalle gracht en een glacis. Voorts op het binnenterrein een wegenstelsel en vijf van oorspronkelijk enkele meer) remises. Alle bouwwerken uit de periode 1869-1880 zijn opgetrokken uit metselwerk, bestaan voornamelijk uit gewelfde ruimten en zijn toegedekt met zand- en grondpakketten. In de bouwwerken vernuftig geconstrueerde stelsels ter afvoering en bewaring van het hemelwater. Op de hoofdwal vijftien emplacementen voor geschut. Op en / of rond het fortlichaam resten van emplacementen, terwijl ook resten of sporen van loopgraven en andere werken aanwezig (kunnen) zijn. Op het terreplein een uit 1946 daterende bakstenen gedenkmuur met gedenkplaat en reliëf met een staande vrouwenfiguur met gebogen hoofd en een kleine begraafplaats voor gefusilleerde Nederlanders. De gedenkmuur bevat de tekst: 'OPDAT WIJ NOOIT VERGETEN.' De begraafplaats is omsloten door een hekwerk. Langs de grachten zijn een omleidingsweg en resten van een onderhoudspad aanwezig. De oorspronkelijk met grenspalen als zodanig aangemerkte zone waarover het Ministerie van Oorlog zeggenschap had, de zogenoemde Militaire Landsgrond, is op de bij dit document behorende kaart aangeduid. Waardering FORTAANLEG MET AARDWERKEN EN HOOFDWAL, WAARIN (RESTEN VAN) GESCHUTSOPSTELPLAATSEN, REMISES EN FLANKBATTERIJEN, MET TERREPLEIN, GLACIS WAARIN SCHUILPLAATSEN EN RESTEN VAN LOOPGRAVEN EN BINNEN- EN BUITENGRACHT, MET (OMLEIDINGS- EN ONDERHOUDS-)WEGEN EN MET OORSPRONKELIJK DOOR GRENSPALEN AANGEDUIDE ZONE is van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw) - en op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de en 20ste eeuw). Het betreft hier een complex uit de periode 1867-1886, deel uitmakend van de tweede fortificatiering rondom Utrecht. Het complex is tevens van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een compleet fort van het caponnièrestelsel, dus als vooruitgeschoven verdedigingswerk. * Ensemblewaarde en situationele waarden vanwege de ligging binnen het systeem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het algemeen en tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang tussen de onderdelen van het complex. Ten slotte is hier sprake van een gave relatie van de aardwerken met het schootsveld. * Archeologische waarden vanwege mogelijk nog aanwezige resten en sporen van loopgraven en andere werken. * Het complexonderdeel is representatief (karakteristiek) omdat het nog steeds de eigen fysieke kenmerken en de belangrijkste omgevingskenmerken vertoont die destijds tot de bouw aanleiding waren. * Het complexonderdeel is tamelijk gaaf bewaard omdat qua structuur en fysiek voorkomen de hoofdzaken van de toestand in de jaren '80 van de 19de eeuw zijn bewaard. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 531113
Laatste wijziging: 2014-10-26 19:16:13.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Fort bij Rijnauwen
Luchtfoto Fort bij Rijnauwen (2013)
Luchtfoto Fort bij Rijnauwen (2013)
Locatie Vossegatsedijk, Bunnik
Coördinaten 52° 5′ NB, 5° 11′ OL
Algemeen
Bouwmateriaal baksteen
Eigenaar Staatsbosbeheer
Huidige functie Natuur
Gebouwd in 1867-1869
Monumentale status beschermd
Monumentnummer  531112
Keelzijde reduit van Fort bij Rijnauwen
Keelzijde reduit van Fort bij Rijnauwen
Fort bij Rijnauwen vanaf de Vossegatsedijk.

Fort bij Rijnauwen is een Nederlands fort bij de buurtschap Rhijnauwen in de gemeente Bunnik. Het maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW).

Beschrijving, functie en bewapening

Met een oppervlakte van 32 hectare is dit het grootste fort van de NHW. Het werd gebouwd in 1867-1869 als deel van de vooruitgeschoven linieforten bij Utrecht.[1] Deze vooruitgeschoven linie diende ter afsluiting van de Houtense Vlakte. Dit gebied is wat hoger gelegen dan de omgeving en kon daardoor niet volledig geïnundeerd worden.

Het fort was lag verder van de stad naar het oosten. Het diende om artillerieaanvallen op verder naar achter gelegen werken en de stad te voorkomen of te verminderen. Bij een succesvolle vijandelijke aanval werden de terugtrekkende Nederlandse troepen in het fort opgenomen. Na een hergroepering was een eventueel Nederlands offensief weer mogelijk. Het naburige Fort Vechten had eenzelfde functie.

In december 1868 werd het contract voor de bouw getekend en P.J. Lienders uit Middelburg was de aannemer van het werk.[2] De uitvoeringskosten bedroegen 766.242 gulden en daarbij kwam nog eens 142.338 gulden voor de onteigening van de grond.[2]

Het fort is volgens het moderne polygonale (veelhoekige) stelsel gebouwd. De voorfront is 360 meter lang en is gericht op de weg tussen Zeist en De Bilt.[3] Het rechterzijfront is 240 meter lang en de linker 195 meter.[3] Het keelfront, of de achterzijde van het fort, is 420 meter lang met een inspringende hoek.[3] Het is voorzien van flankbatterijen en een caponnière waardoor de grachten rondom het fort bestreken konden worden met kartetsgranaten. Deze werden afgeschoten uit gladde houwitsers met een kaliber van 15 cm. De keelgracht (achtergracht) nam men onder vuur met kanonnen die opgesteld waren in het reduit. Bij de bouw had het fort twee toegangspoternes die tijdens de modernisering in 1879 zijn omgebouwd tot wachtgebouw.

Het reduit was een verdedigbaar verdedigingswerk van gemetselde bakstenen. De dikke muren boden de fortbezetting veiligheid wanneer delen van het fort door de vijand was ingenomen.[4] Het reduit was een soort binnenfort, omgeven door een eigen gracht, van waaruit de vijand in het fort onder vuur kon worden genomen. Het is een vijfhoek met schietgaten langs in de buitenmuren en een grote middenpoterne.[5] Het reduit kon lange tijd standhouden, het had de beschikking over een eigen keuken, drinkwatervoorziening, legeringsklokalen en magazijnen.[4]

Ervaringen in de Frans-Duitse Oorlog van 1870 leidde tot diverse aanpassingen. In 1877 kwam een grote bomvrije kazerne op het fort tussen de flankbatterijen 3 en 4. Deze bood ruimte aan een vaste bezetting van 19 officieren, 32 onderofficieren, 515 korporaals en soldaten en één wasvrouw.[4] Op de eerste en tweede verdieping waren magazijnen en kanonremises.[5] Alle gebouwen zijn gemaakt van baksteen en grotendeels aangeaard. Alle verbeteringen hebben zo'n 337.141 gulden gevergd.[6] Bij latere gebouwen is ook voor het eerst kalktrasbeton toegepast dat beter bestand was tegen granaatinslagen.

Functies

Het fort had de volgende functies:[7]

  1. Het grote acces door de inundatielinie gevormd door de Houtensche vlakte te helpen verdedigen;
  2. Troepen te ondersteunen, die op het voorterrein stelling hebben genomen en zowel indirect daardoor, ook als rechtstreeks, indien er geen troepen op het voorterrein mochten zijn, den aanvaller te verplichten zijn batterijen verder van Utrecht aan te leggen en in ’t algemeen der insluitingskring groter te maken;
  3. Terugtrekkende troepen aan vervolging te onttrekken en in staat te stellen zich te herzamelen;
  4. Vuur te brengen op en achter de stukken bosch ten westen van De Bilt en zo der aanval op de forten op de Biltstraat en de Voordorpschendijk moeilijker te maken;
  5. Het Fort bij Vechten krachtig te flankeren en de aanvalswerken tegen dit fort te helpen bestrijden;
  6. Het werk aan den Hoofddijk te flankeren;
  7. Den overgang van den Kromme Rijn over bestaande of eventueel te maken bruggen voor onze troepen gemakkelijk te maken en daarentegen voor den aanvaller, ten minsten benoorden de Rijnspoorweg, te bemoeilijken.

De bewapening

In 1872 bestond de bewapening uit:[8]

10 Getrokken stalen kanonnen van 15 cm zwaar;
6 Getrokken stalen kanonnen met een kaliber van 12 cm;
7 Getrokken kanonnen van 12 cm Lang, die door getrokken stalen kanonnen van 12 cm zullen worden vervangen;
16 Getrokken kanonnen van 12 cm Kort achterlaad waarvan 4 door getrokken stalen kanonnen 15 cm lt. zullen worden vervangen;
8 Getrokken kanonnen van 8 cm f;
12 Gladde kanonnen van 9 cm;
27 houwitsers van 15 cm;
4 mortieren van 29 cm en
10 Coehoorn mortieren.

Tijdens de mobilisatie van 1914-1918 werd tussen het fort bij Rijnauwen en het naburige Fort bij Vechten een rij betonnen groepsschuilplaatsen aangelegd. Deze zijn nog steeds te zien in het landschap tussen De Uithof en Bunnik. In 1939 werd het fort nog eenmaal gemoderniseerd door het uit te rusten met een koepelkazemat type G en enkele groepschuilplaatsen van het type piramide. Hiervan ligt er een op het fort links achter de G-kazemat. De overige liggen op het glacis een ervan is nog niet voorzien van een dak.

Executies

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd het fort door de Duitsers gebruikt als munitieopslagplaats. Vanaf 1942 executeerden zij er Nederlandse en Belgische verzetsstrijders, waaronder op 9 oktober 1943 elf leden van de verzetsorganisatie Erkens. Het totaal aantal geëxecuteerden is onbekend; schattingen lopen uiteen van 250 tot 500 slachtoffers. Van 54 personen is de naam achterhaald en voor hen zijn gedenkstenen geplaatst.[9]

Bij het monument hoort een klok. Deze wordt geluid als tijdens de dodenherdenking op 4 mei er een stille tocht gelopen wordt van de Ridderhofstad naar het monument. Deze klok is opgehangen in een klokkenstoel waarin een stuk symboliek is verwerkt. De klokkenstoel heeft vier hoekpalen met verschillende lengtes. Dit als symbool voor de verschillende leeftijden van de gefusilleerden. Ook zijn de palen niet mooi recht afgewerkt. Zij hebben een ruw (rauw) uiteinde net zoals hun dood een rauw einde van hun leven betekende.

Munitie-opslag

In mei 1945 werd het fort en omgeving bevrijd door de Canadezen. Op het fort lagen grote hoeveelheden Duitse munitie en wapens. Uit verveling experimenteerden zij met de wapens. In het rechter achter bastion van het reduit veroorzaakten zij een explosie met forse scheuren in het dak en vloeren tot gevolg.[10]

Door recent[wanneer?]} onderzoek en het vinden van documenten blijkt dit niet waar te zijn.[bron?] De beschadigingen zijn veroorzaakt door zetting en verzakking die waarschijnlijk is veroorzaakt door een oude (watervoerende) meander van de Rijn. Al twee jaar na de bouw begon het RA bastion te verzakken en ontstonden de scheuren. Men heeft, om dit te verhelpen, takkenbossen geplaatst in de gracht en verder een deel van de aarden dekking van het bastion verwijderd en de kroonrand ca. 1 meter verlaagd. In 2018 werd onderzoek gedaan door Staatsbosbeheer of deze verzakking nog steeds doorzette.

Het fort bleef na het vertrek van de Canadezen in gebruik bij Defensie voor de opslag van munitie. Op 12 juni 1967 was het fort indirect betrokken bij een grote explosie aan de Kernkade van Utrecht.[11] Op het fort was de 421 Regionale Munitie Werkplaats ondergebracht.[12] Hier werd munitie onklaar gemaakt en vervolgens met vrachtwagens naar een binnenvaartschip aan de Kernkade getransporteerd.[11] Rond het middaguur werd in het laadruim van een schip een brand opgemerkt in een van de munitiekisten uit de vrachtwagens. Pogingen om de brand te blussen mislukten en korte tijd later vond een zware explosie plaats. Twee burgers kwamen hierbij om het leven en zo’n 130 personen raakten gewond.[11] De materiële schade aan het schip en omliggende gebouwen was groot. Uit onderzoek bleek dat alle procedures waren gevolgd en dat waarschijnlijk een brandhandgranaat tijdens het transport naar het schip defect is geraakt.[12]

Huidige bestemming

In 1975 werd het beheer van het fortterrein overgenomen door Staatsbosbeheer.[13] In de zomermaanden, van 1 april tot eind september, worden er rondleidingen gegeven.

Omgeving

Het naburige Theehuis Rhijnauwen, ook wel bekend als het Pannekoekenhuis, is geheel uit hout opgetrokken omdat het destijds gebouwd is binnen de verboden kringen van het fort.

Zie ook

Naslagwerken

  • Dirk de Groot, Hollandse Waterlinie Erfgoedreeks: Fort bij Rijnauwen, Stokerkade cultuurhistorische uitgeverij, Amsterdam
  • D.C. Leegwater, Fort bij Rijnauwen: van artilleriesteunpunt tot infanteriesteunpunt, Walburg Pers, Zutphen, (1995), ISBN 9789060119549

Externe links


Monumenten in de buurt van Fort bij Rijnauwen, aardwerk in Bunnik

Fort bij Rijnauwen, reduit

Vossegatsedijk 3
Bunnik
Cluster 40. Inleiding BOMVRIJ REDUIT van het Fort bij Rijnauwen als zeldzaam gebouwtype binnen het stelsel van de Nieuwe Hollandse Wate..

Fort bij Rijnauwen, caponnière met poterne

Vossegatsedijk 3
Bunnik
Cluster 40. Inleiding CAPONNIÈRE MET POTERNE als kenmerkend frontaal onderdeel van het Fort bij Rijnauwen. Een caponnière is een gemetse..

Fort bij Rijnauwen, bomvrije kazerne, remises en bergplaatsen

Vossegatsedijk 3
Bunnik
Cluster 40. Inleiding BOMVRIJE KAZERNE, REMISES EN BERGPLAATSEN, als onderdeel van het vooruitgeschoven Fort bij Rijnauwen. Een kazerne i..

Fort bij Rijnauwen, magazijn boven poterne

Vossegatsedijk 3
Bunnik
Cluster 40. Inleiding BOMVRIJ VERBRUIKSMAGAZIJN boven de poterne naar de caponnière, als toevoeging aan het bestaande werk. Verbruiksmaga..

Fort bij Rijnauwen, flankbatterij F1

Vossegatsedijk 3
Bunnik
Cluster 40. Inleiding FLANKBATTERIJ F1 in de hoofdwal, als één van een zestal vergelijkbare onderdelen van de nabijverdediging van het ..

Kaart & Routeplanner